Er valt best aardig wat regen, dus hoe zit het dan met een tekort aan drinkwater?
Dat komt doordat ons drinkwater uit een laag komt die niet zomaar wordt aangevuld. Regenwater doet er tientallen jaren over om in deze laag terecht te komen. Deze laag is als een hele grote 'bel' water van tienduizenden jaren oud, die begint in het Ruhrgebied en doorloopt tot aan Antwerpen.
Ook ons drinkwater in Nederland komt uit deze laag, die we ook wel een watervoerende laag noemen. Dit grote gebied bestaat uit gesteente of sediment, waarin ons grondwater zich verzamelt en stroomt. Een deel van dit water is ooit regenwater geweest, dat door de bodem is gesijpeld en na tientallen jaren in deze laag terecht is gekomen. Op veel plekken in Nederland sijpelt regenwater juist niet naar beneden, maar blijft het in de bovenste laag hangen — vandaar dat water op veel weilanden blijft staan. Een kleilaag als grondlaag laat water nog moeilijker door dan een losse zandlaag.
Het aanvullen van de watervoerende laag is daardoor een heel traag proces: regenwater trekt maar heel langzaam door de bodem, en het kan tientallen jaren duren voordat het de laag bereikt waar het waterpeil wordt gemeten. Dat hangt ook af van de doorlaatbaarheid van de bodem en de hoeveelheid neerslag in het gebied. Diezelfde klei- en zandlagen zorgen wel voor een natuurlijke filtering die wij niet kunnen beïnvloeden.
Overmatig gebruik van het schone drinkwater uit deze laag kan leiden tot uitputting van onze belangrijkste waterbron. Er is al langere tijd sprake van een verlaging van het waterpeil in deze watervoerende laag, en de vraag naar drinkwater uit deze laag is op dit moment veel groter dan wat er wordt aangevuld. Doordat regenwater er tientallen jaren over doet om in deze bel terecht te komen, ontstaat een onbalans: er gaat veel meer uit dan er in komt. Op de lange termijn kan dat leiden tot het droogvallen van waterputten en schade aan de ecologie van het gebied.
Je tuinsproeier, het vullen van een zwembadje, de auto wassen of net iets te lang douchen? Dat is niet waar het grote verbruik vandaan komt. Dat vinden we vooral bij de industrie: op dit moment neemt de industrie schoon (drink)water in, ook uit deze laag, gebruikt het in productieprocessen en loost het daarna — gezuiverd volgens de geldende normen, maar hergebruik is nog geen standaard.
Er komt Europese wetgeving aan die onze wateren moet beschermen tegen vervuiling en overmatig gebruik van ons grondwater. Die wetgeving moet de industrie en de agrarische sector ertoe aanzetten om water duurzamer te gebruiken, zodat het watergebruik op de lange termijn houdbaar blijft. Tot 80% van het gezuiverde water zou dan, in plaats van geloosd te worden zoals nu vaak gebeurt, opnieuw in het productieproces worden opgenomen — en dat maakt het verschil. Zo krijgt de waterstand de kans om zich, voordat een onomkeerbaar laag niveau wordt bereikt, in de komende decennia weer te stabiliseren.
Ook al valt er soms maandenlang meer regen dan ooit gemeten, toch kan een tekort aan drinkwater en een laag waterpeil ontstaan doordat we niet zuinig genoeg zijn omgegaan met ons kostbare water. Het hergebruik van gezuiverd water aan het einde van het productieproces kan de druk op onze drinkwaterbronnen verlichten.
